Waarom schrijf je me niet - post uit de vergetelheid.

banner

Brieven en kaarten vertellen een uniek Apeldoorns verhaal

Tot 8 juni is in CODA Archief & Kenniscentrum een reizende tentoonstelling 'Waarom schrijf je me niet – Post uit de vergetelheid' te zien.
Met authentieke brieven en briefkaarten uit getto’s en concentratiekampen vertelt deze tentoonstelling het verhaal van vervolging en vernietiging. De poststukken zijn de sporen die mensen op hun reis hebben nagelaten. Sommigen overleefden, velen niet. Drie vertellers nemen de bezoeker in korte films mee door het verhaal van drie hoofdpersonen: een meisje in de pubertijd, een verzetsman en een jonge man. Hun verhaal gaat over het persoonlijk leven, de actualiteit van dat moment en vertelt over hun families, hun woonplaatsen en de kampen en getto’s.
CODA Archief heeft deze tentoonstelling aangevuld met het verhaal van de Apeldoornse kapitein Willem Heijmans en zijn familie en laat zien hoe de Tweede Wereldoorlog hun levens beïnvloedde.

Kapitein Willem Heijmans

Als kapitein Willem Heijmans in mei 1942 als beroepsofficier wordt opgeroepen voor de ‘Tweede verplichte bijeenkomst ter controle van de voormalige Nederlandsche Weermacht’ blijkt dit het begin van drie jaar Duits krijgsgevangenschap. Uit Heijmans’ brieven aan zijn vrouw Neeltje en dochter Hansje in Apeldoorn weten we hoe het dagelijks leven in de krijgsgevangenkampen Nürnberg, Stanislau, Neubrandenburg en Tittmoning eruit zag. We leren niet alleen hoe honger, kou en ziekte hun tol eisen, maar we lezen ook over gedichten met sinterklaas, sportwedstrijden en huwelijksjubilea. Heijmans’ brieven geven bovendien een uitzonderlijke inkijk in het Apeldoorns leven van Neeltje en Hansje wanneer hij reageert op hun tekort aan brandstof, het eten uit de gaarkeuken en de tijdelijke vordering van hun huis aan de Regentesselaan.

Communicatie, censuur en privacy
De brieven in deze tentoonstelling laten bovendien iets zien over de betekenis van communicatie, censuur en privacy. Ondanks de vele brieven die Heijmans naar huis stuurt, blijft de communicatie door de onregelmatige postbezorging toch gebrekkig. Zo kan het gebeuren dan Heijmans soms maanden niets hoort van zijn vrouw en dochter. Bovendien worden al Heijmans’ brieven gecontroleerd door de censuurposten in de kampen. Zou hij daarom nooit geschreven hebben over de Duitse kampleiding, de ontsnappingspogingen van andere militairen en de straffen die worden opgelegd? Hoewel hij meer lijkt te weten over (het verloop van) de oorlog lezen we niets over de concentratiekampen en de gaskamers. In tegenstelling tot de Joodse Nederlanders komt Heijmans met bijna alle andere militairen in mei 1945 weer thuis. Hij wordt bevorderd tot majoor en blijft werken voor de landmacht tot zijn vervroegd pensioen in 1950. Zijn brieven zijn bewaard gebleven en geven ons inzicht in het leven van een Apeldoornse familie tijdens de Tweede Wereldoorlog.